Surinaams Monument
Nepvue huis
In augustus 1996 verwoestte een brand drie historische gebouwen aan het begin van de Gravenstraat, waaronder het ‘Statengebouw’ en het ‘Nepveuhuis’ en nu, na ruim 25 jaar worden ze herbouwd. Vanwege de authentieke koloniale gebouwen, staat dit deel van Paramaribo sedert 2003 op de Wereld Erfgoed lijst van de Unesco en de verbrande gebouwen worden dan ook zo authentiek mogelijk terug gebouwd. Het is al zichtbaar dat ze er binnenkort in volle glorie zullen staan en tot mijn grote tevredenheid, zag ik dat op het Nepveu huis weer is aangebracht Jean Nepveu’s devies van 1774: Cura et Vigilantia ! MDCCL XXIIII (Zorg en Waakzaamheid)
Wie was Jean Nepveu en waarom deze spreuk op zijn huis?
Louis Nepveu en zijn vrouw Susanna Hamelot, Franse Hugenoten die naar Nederland waren uitgeweken, kwamen in 1723 met hun zes kinderen naar Suriname. Zoon Jean, geboren in Amsterdam in 1719, was 4 jaar oud. Hij groeide op en werd gevormd in Suriname, waar hij op 15 jarige leeftijd in dienst kwam van het gouvernement. Op de onderste tree van de ladder begonnen, maakte hij snel carriere; was in de jaren ‘40 tweede secretaris bij Gouverneur Mauricius. In 1753 werd hij benoemd tot Raad Fiscaal en behoorde dus tot het hoogste gezag in de kolonie. Hij bezat toen al plantage La Singularite aan de Commewijne en de koffie en cacao plantage Ma Retraite. . Hij trouwde in 1744 met Johanna Agatha Oudenrogge, het paar kreeg 7 kinderen van wie twee als baby overleden.
Jean Nepveu heeft zeker naam gemaakt in de Surinaamse koloniale geschiedenis. Zijn hele ambtelijke carriere werd gedomineerd door Strijd tegen Marrons. Boni en de zijnen waren gegroeid tot ware guerilla strijders, hun aanvallen op plantages waren zo hevig en frequent dat de kolonisten bang waren dat ze de hele kolonie zouden overmeesteren. Jean Nepveu ergerde zich aan de hier aanwezige Societeits troepen, die wel jacht maakten op Marrons, maar in feite weinig konden uitrichten, omdat de Marrons ze te slim af waren. Toen Nepveu in 1763 Commandeur van de troepenmacht werd, richtte hij op het Vrijcorps van negers en mulatten en in 1768 het corps Zwarte Jagers. Voor dit corps waren van slaveneigenaars sterke jongemannen aangekocht aan wie de vrijheid werd beloofd na 5 jaar dienst. Ze droegen o.m een rode muts, vandaar de naam Redi Musu.
In 1765 overleed Johanna Oudenrogge en in 1767 trouwde Jean Nepveu met Elisabeth Buys, weduwe Stolkert. Hij was ondertussen een zeer vermogend man, eigenaar van zes plantages en de steenfabriek Appecappe. Zijn vijf kinderen woonden in Holland. In 1768 had Gouverneur Crommelin ontslag gevraagd om met pensioen te gaan en Jean Nepveu werd Gouverneur ad interim. In die tijd begon hij met de bouw van het huis aan de Gravenstraat. In 1770 werd hij benoemd tot Gouverneur. Met een groots diner, waarvoor in de zalen op het paleis 200 couverts gedekt waren voor de notabelen en een eclatant bal werd de inauguratie gevierd. Kapitein Hoogwerf van het oorlogsschip Castor dat op de rede van Paramaribo lag, was een van de gasten. Hij schreef in zijn journaal o.m.: ‘Zoveel luxe, zoveel pracht en praal als niet voor denkbaar werd gehouden’ .
In September 1772 slaagde het Korps Zwarte Jagers er in, het Marron fort Buku te overmeesteren. Hierbij werd een aantal marrons gedood en een aantal gevangen genomen. De kolonisten waren uitgelaten van vreugde, want de Marrons waren verslagen. Feesten werden gehouden en in de kerken speciale dankdiensten. Jean Nepveu echter waarschuwde; ‘de Marrons zijn niet verslagen; we hebben de marrons een slag toegebracht, maar ze komen terug! Hij kreeg gelijk want na een korte pauze gingen de aanvallen van Marrons onverminderd door tot er in 1776 met enkele groepen vrede werd gesloten.
Jean Nepveu bleef de kolonisten voorhouden ‘Zorg en waakzaamheid’; dit werd zijn lijfspreuk, vandaar dat hij die in ‘t Latijn op zijn huis plaatste toen ‘t eindelijk af was in 1774. Aangezien de Nepveus op ‘t gouvernements paleis woonden, was er tijd en mogelijkheid om hun eigen huis zeer luxueus af te bouwen. Het kreeg elegante verfraaiingen en versieringen, bewerkte raam en deurlijsten, plafonds en muren met ornamenten. Dit gebouw werd ‘t grootste en mooiste huis in de kolonie. Jammer voor de Nepveu’s dat ze er niet in gewoond hebben want mevrouw Nepveu overleed op t paleis in 1775 en Jean Nepveu in 1779.
Dit mooie huis is nooit bewoond geweest; wel was het al tijdens Nepveu de loge van de Vrij Metselarij en dat bleef het tot midden 20e eeuw. ‘Loge Concordia’. Ook was het in ‘t begin van de vorige eeuw het hoofdkantoor van het Groene Kruis, maar bij de volkstelling van 1921 staat dit huis aangetekend als ‘Onbewoond’. In 1961 werd het gekocht door het Surinaamse gouvernement en gerestaureerd en vanaf 1962 huisvestte het ‘t Ministerie van Algemene Zaken. Dat was nog zo toen het in 1996 verbrandde.
Suriname is gelukkig allang geen kolonie meer en we voeren zeker geen strijd tegen Marrons. Integendeel , nakomelingen van Marrons zijn onze volksvertegen woordigers en maken deel uit van de regering. Maar ook nu moeten we strijd voeren en blijft het devies: Zorg en Waakzaamheid. Voor onszelf en vooral voor Suriname moeten we anno 2022 strijden tegen: corruptie, zelfverrijking, machtsmisbruik, nepotisme…. Dus nog steeds: Cura et Vigilantia! MMXXII